Landschapsarchitectuur

Landschapsarchitectuur heeft niet alleen te maken met het herinrichten van natuurgebieden, maar juist met het herinrichten van woonwijken. De rol van de landschapsarchitectuur is de relatie tussen de bewoners en de gebruikers van dat gebied en de natuur. Een goede landschapsarchitect beschikt over een zeer gedegen kennis van de flora en fauna. Hij is in staat de historie van een gebied te achterhalen en kan op basis daarvan bepalen welke natuurlijke inrichting de beste kans van slagen heeft in een nieuw ontwerp. Belangrijk is om daarbij niet alleen maar naar de natuur te kijken, maar naar de synergie tussen de natuur en de gebruikers van het gebied.

Combineren van wensen

In tegenstelling tot wat wellicht kan worden gedacht, is landschapsarchitectuur niet zozeer een kwestie van een keuze maken voor de natuur, maar van het combineren van wensen. De beleidsmakers geven de landschapsarchitectuur een visie mee. Maar hij heeft ook te maken met de wensen van de bewoners. Vaak is daar wel een gemeenschappelijke deler in te vinden. Want bewoners zullen niet snel protesteren als je een gebied gaat inrichten met veel groen. De meeste mensen vinden een groene leefomgeving immers bijzonder prettig. Het enige waardoor je qua landschapsarchitectuur met de bewoners in conflict kunt komen zijn planten die overlast kunnen veroorzaken of een grote waterpartij.

Goede infrastructuur

Landschapsarchitectuur heeft behalve voor de natuur en de wensen van de bewoners ook te maken met de infrastructuur. De zojuist genoemde grote waterpartij kan een uitstekende buffer zijn bij zware hoosbuien. Maar dat werkt alleen als die waterpartij voor de bewoners van het gebied geen overlast veroorzaakt. Als er veel gezinnen met kleine kinderen in een wijk wonen kan een waterpartij op het nodige verzet rekenen. Een andere aspect waarmee bij landschapsarchitectuur rekening moet worden is de ontsluiting van de wijk.